Atletiek is de oudste sport van de mensheid en wordt ook wel de “moeder aller sporten” genoemd , omdat het alle menselijke basisbewegingen bevat . Atletiek wordt vooral beoefend op een atletiekbaan . Deze bestaat uit een ronde baan en een middenterrein . De ronde baan is meestal 400 meter lang , ovaal van vorm en verdeeld in 4 tot 9 banen . De meeste banen zijn van kunststof , maar er bestaan ook banen van sintel of gras . Het middenterrein bestaat grotendeels uit gras en specifieke vakken voor verschillende onderdelen . We kennen 3 hoofdonderdelen binnen de atletiek Looponderdelen Springonderdelen Werponderdelen
Looponderdelen De looponderdelen vinden plaats op de ronde baan . De looponderdelen zijn op hun beurt weer onder te verdelen in verschillende soorten looponderdelen . Sprint In de atletiek bestaan er 2 sprint onderdelen : de gewone sprint en de aftelsprint . Bij de gewone sprint (de afstand is afhankelijk van de leeftijdscategorie) is het doel om zo snel mogelijk een afstand af te leggen , bij de aftelsprint krijgt een atleet een bepaalde tijd om zoveel mogelijk afstand af te leggen . Bij deze onderdelen lopen de atleten in eigen banen en kunnen er startblokken worden gebruikt . Explosiviteit speelt in dit onderdeel een grote rol . Duurloop De duurloop kent net als de sprint een variant waarbij te lopen afstand al vaststaat , maar ook een variant waarbij er binnen een bepaalde tijd zoveel mogelijk meters gemaakt moeten worden . Anders dan bij de sprint gaat het hier niet alleen om pure snelheid ; uithoudingsvermogen en een juiste indeling van de race spelen hier een grotere rol . Horden De hordeloop is een combinatie van een loop- en een springonderdeel . De atleten komen tijdens hun sprint op regelmatige afstanden een horde tegen . De hordes kunnen tijdens de race omver worden gelopen , maar de loper vermijdt dit liever omdat dit ten koste gaat van de snelheid . De afstanden voor de hordeloop zijn gelijk aan die van de gewone sprint . Estafettes De estafette is het teamonderdeel binnen de atletiek . Het onderdeel bestaat vaak uit een sprintafstand die door de atleten binnen een team één voor één worden uitgevoerd . Een atleet mag pas vertrekken als de atleet die voor hem loopt een stokje heeft overgedragen binnen een wisselvak . Naast de reguliere estafette kennen we ook een hindernis estafette , waarbij de onderdelen horden en estafette gecombineerd worden .
Springonderdelen De springonderdelen spelen zich af op het middenterrein . De springonderdelen zijn onder te verdelen in 2 categorieën : Verspringen Het doel van verspringen zit hem eigenlijk al in de naam : het doel is om al springend een zo groot mogelijke afstand af te leggen . Het meest voorkomende onderdeel is het gewone verspringen : na een aanloop die eindigt bij een daarvoor bestemde afzetbalk probeert de atleet zo ver mogelijk in de zandbak te springen . Daarnaast bestaat er ook een variant waarbij een atleet zonder aanloop probeert om met 5 opeenvolgende sprongen een zo groot mogelijke afstand af te leggen . Hoogspringen Net als verspringen is de naam hoogspringen een duidelijke : het doel is om door middel van een sprong zo hoog mogelijk te springen . Het grootste verschil is dat de sprong bij verspringen opgemeten wordt , terwijl er bij hoogspringen over een lat , die op een bepaalde hoogte hangt , gesprongen dient te worden . Wanneer een atleet de lat dusdanig raakt dat deze naar beneden valt is de poging mislukt . Er bestaan ook hier weer 2 varianten : bij het reguliere hoogspringen , waarbij atleten vaak rugwaarts over de lat gaan , wordt er geland op een mat ; bij het onderdeel hurkhoog wordt er in dezelfde bak geland als waar wordt geland bij het verspringen .
Werponderdelen De werponderdelen spelen zich af op het middenterrein . De werponderdelen bestaan op hun beurt ook uit meerdere categorieën : Bovenhands werpen Bij het bovenhands werpen wordt een vortex (een soort raket) zo ver mogelijk bovenhands geworpen . Dit onderdeel bereidt de jonge atleet voor op het reguliere onderdeel speerwerpen . Stoten Ondanks dat stoten een werponderdeel is , is werpen zoals men dat gewoonlijk bij een bal doet verboden . De bedoeling bij stoten is om een gewicht zo ver mogelijk weg te “duwen” . Bij jonge atleten wordt hier in een plaats van een kogel een medicijnbal gebruikt . Slingeren Bij het slingeren wordt een voorwerp zo ver mogelijk weggeworpen door middel van een slingerworp . Dit voorwerp kan een hoepel of een oefendiscus zijn . Dit onderdeel bereidt jonge atleten voor op het discuswerpen .