Volledige tekst: Beroeps- en vrijwilligersbrandweer
Er zijn twee soorten brandweer : de beroepsbrandweer en de vrijwilligers . In grote steden , zoals Amsterdam , Rotterdam , Den Haag , Utrecht en Dordrecht , zijn vaak branden . Soms wel meer op een dag . Daar is een beroepsbrandweer . Deze brandweermensen hebben dus de brandweer als hun beroep . Ze gaan 's morgens naar de brandweerkazerne en wachten daar totdat er een alarm gaat . Dan springen ze snel in de brandweerauto en rijden naar de brand . Of ze gaan mensen uit een auto bevrijden , een dier in nood , giftige stoffen opruimen of een auto uit het water halen . In veel grotere dorpen en kleine steden bestaat het brandweerkorps uit zowel beroepsbrandweermensen als uit vrijwilligers .
De beroepsbrandweermensen doen tussen de alarmen door ook oefeningen . Daarnaast doen ze allerlei nuttige klussen , zoals de brandweerwagens onderhouden en ook doen ze aan sport . Want een brandweerman of brandweervrouw moet een goede conditie hebben ! Brandweerwerk is zwaar werk .
De ploeg brandweermensen die bij de beroepsbrandweer horen slapen ook in de kazerne . Als er 's nachts een alarm gaat , horen ze dat via een speaker in hun slaapkamers . Ze springen uit bed en gaan in hun brandweerpak en springen in de auto . Dan zijn ze ook midden in de nacht heel snel bij de brand of een ongeluk .
De volgende morgen gaan ze naar huis en dan komt een nieuwe ploeg brandweermensen in de kazerne . Zo staan in elke gemeente elke dag en nacht brandweermensen klaar om naar een brand of een ongeluk te gaan .
In veel dorpen is er , net zoals in de gemeente Zederik een vrijwillige brandweer . Gemeente Zederik heeft 3 brandweerkazernes : de post Ameide / Tienhoven in Ameide , de post Lexmond / Hei- en Boeicop in Lexmond en de post Meerkerk in Meerkerk . In totaal zijn er meer dan 50 brandweermensen in Zederik .
Maar vergis je niet : ook deze vrijwilligers hebben de zware en moeilijke opleiding tot brandweerman of -vrouw moeten volgen . Het verschil zit hem er alleen in dat vrijwilligers gewoon een andere baan hebben . Ze werken op kantoor , in een winkel of noem maar op . Het brandweerwerk is voor hen meer een hobby . Ze hebben een 'pieper' op zak .
Gaat die pieper af , dan betekent dat alarm en moeten ze zo snel mogelijk naar de kazerne toe . Als dat gebeurt , laten ze hun werk meteen in de steek en rijden naar de brandweerkazerne . Daar staat de brandweerauto al klaar . Ook hun brandweerpak hangt klaar . Ze schieten in hun pak en rijden zo snel mogelijk naar de brand of ongeluk . Vrijwillige brandweermensen slapen gewoon thuis , maar als 's nachts de pieper gaat , gaan ze snel naar de kazerne en vanaf daar naar de brand of het ongeluk