Iedereen weet het . In China , in Amerika en in Rusland . Nederland is een laag land . Zo laag dat half Nederland onder water zou lopen , als er geen duinen en dijken waren . In het buitenland wordt ons land ‘de Lage Landen’ genoemd . En Nederlandse dijkenbouwers en bruggenbouwers zijn echt wereldberoemd om hun knappe werk . De grootste dammen en bruggen hebben ze gebouwd . Van zee is land gemaakt .
Sommige stukken van dat land liggen veel lager dan het water van de zee . Lager dan de zeespiegel noemen we dat . Soms wel zes meter ! En toch houden we het droog . Tenminste… meestal .
De helft van ons land grenst aan zee . In het oosten en zuiden stromen drie grote rivieren ons land binnen : de Rijn , de Maas en de Schelde . De Rijn is een gemengde rivier . Hij ontstaat doordat het ijs in de bergen van Zwitserland in het voorjaar smelt . En daarbij komt ook regenwater . Je snapt dat het water in de Rijn in het voorjaar dan ook het hoogst staat .
De Maas en de Schelde zijn regenrivieren . Zij beginnen als een klein beekje in Frankrijk . Ze worden steeds groter en breder doordat veel regen via beekjes en stroompjes in deze rivieren terechtkomt . De Maas en de Schelde hebben dus de hoogste waterstand in de winter . Want dan valt de meeste neerslag . Neerslag is hagel , regen en sneeuw .
In ons land vertakken de rivieren zich . Ze waaieren in allerlei stromen en zijrivieren uit naar de zee . De Rijn bijvoorbeeld vertakt zich in de Waal , de Lek en de IJssel . Zo’n laag land als Nederland , waarin zoveel rivieren uitmonden , noemen we een delta .
Het leven in een delta is bijzonder . De grond is namelijk vruchtbaar . Er kan dus van alles makkelijk groeien . Het is ook een goede plek voor de handel , doordat er zoveel vaarwegen zijn . Tegelijkertijd bestaat altijd het gevaar dat de zee haar golven over het land spoelt . Of dat rivieren overstromen .