Meestal schrik je als je bloed ziet . Als je op je knie valt kijk je meteen of je bloedt . Omdat bloed rood is , lijkt het vaak erger dan het is . Een paar druppels maken al een flinke vlek . Veel mensen vinden bloed eng . Daarom zie je vaak bloed in films . Dat maakt het spannend . Het bloed in films is nep , maar het lijkt net echt .
Bloed is een dikke rode vloeistof . Daarin zitten rode bloedcellen , witte bloedcellen en bloedplaatjes . Rode bloedcellen brengen zuurstof naar alle delen van je lijf . Witte bloedcellen vechten tegen indringers , die niet in je lichaam thuis horen . Ze maken etter in een wondje . Bloedplaatjes zorgen ervoor dat het bloed stolt . Er komt dan een korstje op de wond .
Je bloed vervoert ook voedingsstoffen en genees-middelen , zodat je kan groeien en beter worden . Een volwassene heeft vijf liter bloed . Een kind van acht heeft de helft en een baby heeft nog minder bloed . Niet iedereen heeft hetzelfde bloed . Er bestaan verschillende bloedgroepen : A , B , AB of O .
Bloed stroomt door je bloedvaten . Dat zijn aders in je hele lichaam . Je hart pompt het bloed erdoor . Als je bang bent of hard loopt gaat je hart sneller kloppen . Je hart pompt dan ook sneller . Je kan je hartslag voelen aan je pols of in je hals .
Als je ziek bent verandert er iets in je bloed . Er zitten te weinig bloedcellen in of cellen die er niet in thuishoren . De dokter neemt dan bloed af om te onderzoeken . In een laboratorium kijken ze wat er mis is . Soms heb je nieuw bloed nodig . Je krijgt dan het bloed van iemand anders , die dezelfde bloedgroep heeft als jij .