De paardenbloem is een veel voorkomende wilde plant . Je komt hem over de hele wereld tegen . Hij groeit op graslanden naast wegen en op braakliggend terrein . De bladeren staan als een rozet om de lange penwortel . Ze zijn glad , spatelvormig en ongelijk gekarteld .
De paardenbloem kan 10 tot 30 cm hoog worden . De stengels zijn kaal en hol en bevatten wit melksap . De bloemen van de paardenbloem zijn samengesteld uit vele kleine felgele blaadjes . De buitenste blaadjes zijn neergeslagen .
De paardenbloem bloeit in mei . Een tweede bloei valt in augustus . De felgele bloem opent zich bij zonsopgang . De bloem sluit zich in de schemering en bij regen . Wanneer de bloem is uitgebloeid verschijnen ronde vruchtpluis-bolletjes . De pluizen worden door de wind verspreidt . De plant dankt zijn Nederlandse naam aan het feit dat dit kruid voor paarden een lekker gewas is .
Boeren rookten vroeger in het voorjaar hun woonhuis en stallen uit met paardenbloemen . Het doel van dit ritueel was , om de boerderij te reinigen van allerlei onzuiverheden . De bladeren en de wortel worden gebruikt als medicijn . Het melkachtige sap uit de stengels werkt , bij intensief gebruik , tegen wratten .
Paardenbloem is heerlijk in salades en gezonder dan een kropsla . Zo bevat paardenbloem meer vitaminen C en E en meer mineralen . De jonge bladeren smaken het best . Door de bladeren eerst enkele minuten in water te leggen zal de smaak minder bitter worden . De stengels zijn niet smakelijk om te eten , maar een stengel met bloem is wel een mooie decoratie . Snijdt hiervoor de stengel (met daaraan de bloem) in de lengte in vieren en leg dit in water . Na enkele minuten zal de stengel opkrullen .