De draagtijd van een hond is ongeveer 9 weken . De eerste 4 weken zie je weinig aan de moederhond . Pas met een week of 5 gaat de buik wat bollen en zwellen de melkklieren op .
Als de puppies geboren zijn , zorgt de moederhond goed voor haar kindjes . Ze geeft ze te drinken , masseert de buikjes en ruimt alle ontlasting en urine op . De pups slapen in het begin veel en je hoort ze amper . Als ze het koud hebben of te weinig eten krijgen merk je dat aan hun gedrag . Ze kruipen klaaglijk piepend rond of liggen zacht kreunend in een hoekje . Waarschuw in zo’n geval meteen de dierenarts , want de kleine hondjes zijn nog erg kwetsbaar .
Rond de tiende dag gaan de oogjes open . Met ongeveer 3 weken zetten ze de eerste wankele stapjes . De pups zijn nog kwetsbaar voor ziekten , dus moet je voorzichtig zijn met andere honden . Vanaf 3 weken is het belangrijk om de pups kennis te laten maken met alledaagse dingen . De pups hebben ruimte nodig om rond te kunnen wandelen . Doordat ze nu geen antistoffen meer krijgen uit de moedermelk moeten ze worden ingeënt .
Vanaf de zesde week is het belangrijk om de televisie eens wat harder te zetten , zodat de pups daaraan kunnen wennen . Ook is het handig om wat rustige kinderen kort en onder begeleiding met de pups te laten spelen . Neem ze ook eens kort mee in de auto . Omdat ze tot de tweede inenting nog niet voldoende beschermd zijn tegen ziekten moet men voorzichtig blijven met andere honden . De pups en de moederhond maken zich steeds meer los van elkaar . Een leeftijd van ongeveer 8 weken is ideaal om een puppy naar zijn baasje te laten gaan .