NuisBellybijnaklaar, zewordteerstnogevenopgezadeld. Datmoetgoedstrakzitten. Jemoeteraltijdoplettendatjejeteugelsopmaathebt. Alshijschriktdankanhijwegrennenendanliggendeteugelslos. Danrenthijallekantenop. Ontevreden over de tekst?
Het paard , Belly , staat in een manege . Elke dag komt Julia haar verzorgen . De stal moet er schoon uitzien . Als je poep te lang laat liggen dan komt er schimmel op . Als je de schimmel te lang laat liggen dan gaat het door de hele stal .
Dat is niet goed voor het paard . Je begint met een vork . Met de vork pak je het hooi op en dat stop je in de kruiwagen . De kruiwagen leeg je op de mesthoop . Als je klaar bent met de stal , dan ga je het hooi pakken . Dat ga je verspreiden in de stal . De paarden krijgen twee keer per dag eten . Ze eten bix . Ze kunnen zelf weten wanneer ze drinken want ze hebben een eigen drinkbak .
Je hebt verschillende borstels . Je hebt ook het bit . Die doe ik in de mond van het paard . Het paard moet het bit in zodat ik hem kan sturen . Anders luistert hij niet .
Nu is Belly bijna klaar , ze wordt eerst nog even opgezadeld . Dat moet goed strak zitten . Je moet er altijd op letten dat je je teugels op maat hebt . Als hij schrikt dan kan hij wegrennen en dan liggen de teugels los . Dan rent hij alle kanten op .