Voetbal is een sport waarbij 2 ploegen van 11 spelers een wedstrijd spelen op een groot veld . Eén zo’n ploeg bestaat uit 1 keeper en 10 veldspelers . De bedoeling is de bal in het doel van de tegenstander te krijgen . De bal mag je aanraken met je voet en je hoofd of een ander lichaamsdeel , maar niet met je handen en armen . De leiding is in handen van een scheidsrechter die onpartijdig toeziet of iedereen zich aan de spelregels houdt . Hij krijgt assistentie van 2 grensrechters , want hij kan niet alles zien wat er op het veld gebeurt .
Het veld . Een wedstrijdveld heeft een zijlijn van 120 meter lang en een achterlijn van 90 meter . Dat is een veld voor volwassenen . Het doellijn is het stukje tussen de twee doelpalen . Het veld is in 2 helften verdeeld door de middenlijn . Op de helft van de middenlijn is de middenstip .
Daaromheen ligt een cirkel . Daarin moeten 2 spelers staan die de bal aftrappen op de middenstip . De doorsnee is 18 . 20 meter . Midden op de achterlijnen staat een doel . Die is 7 . 32 meter breed en 2 . 44 meter hoog . Om het doel staan 2 rechthoekige lijnen . De binnenste rechthoekige lijn is 5½ meter diep en 11 meter breed . Deze lijnen zijn de grens van het doelgebied . In een hoek van het doelgebied worden doeltrappen genomen .
De buitenste rechthoekige lijn is 16½ meter diep en 33 meter breed . Deze lijnen zijn de grens van het strafschopgebied . 11 meter vanaf het midden van het doel staat een stip . Die heet de strafschopstip en ligt dus in het strafschopgebied . In alle hoeken van het veld staat een vlag met een kwart cirkeltje eromheen . Daarin moet de bal liggen als er een hoekschop wordt genomen .
Spelers en opstelling . Elk team heeft 11 spelers , waarvan 1 keeper . De 10 veldspelers zijn verdeeld in aanvallers , middenvelders en verdedigers . Ze moeten zich verspreiden over het veld .
Er zijn verschillende opstellingen . De opstelling kiest de trainer . Een ander woord voor ”opstelling” is ”formatie” of ”spelsysteem” . Elk team heeft wisselspelers . De coach bepaalt wanneer er wordt gewisseld . Vooral bij blessures of als een speler moe is wordt er gewisseld . In een volwassen wedstrijd mag er 3x worden gewisseld .
Op het veld zijn niet alleen 2 teams met wisselspelers maar ook een scheidsrechter en 2 grensrechters met een vlag in de hand . Zij houden in de gaten of de spelregels goed worden uitgevoerd . Overtredingen worden bestraft .
Uitrusting . De spelers moeten zich goed kunnen bewegen in hun kleding . Ze hebben een wijd shirt aan en een wijde voetbalbroek . Iedereen heeft dezelfde kleding aan behalve de keeper . De keeper heeft een andere kleur kleding aan , omdat de spelers dan goed kunnen zien dat hij de keeper is .
Alle leden van iedere club hebben dezelfde kleur shirt , voetbalbroek en kniekousen , en daaronder verplicht scheenbeschermers . Veel verenigingen hebben een sponsor . Zij geven de verenigingen geld en in ruil daarvoor komt de naam van de sponsor op het tenue te staan . Bij een wedstrijd dragen voetballers voetbalschoenen met noppen eronder , zodat je niet uit kan glijden . Vanaf 10 jaar mag je voetbalschoenen met losse noppen gebruiken .
Als de thuisploeg dezelfde kleur kleding draagt als de uitploeg , moet de thuisploeg van kleur kleding veranderen .